| Aanbraden | Op een hoog vuur snel dichtschroeien van vlees in vet. |
| Aanzetten | Vlees of andere ingrediënten in een beetje boter of olie laten kleuren. |
| Aanzweten | In olie of boter bakken van bv. ui zonder dat deze kleur krijgt. |
| Afblussen | Na aanbraden van bv. vlees vloeistof (vaak wijn) toevoegen om het braden te temperen |
| Afschuimen | Verwijderen van resten die bij het koken boven komen drijven |
| Al dente | Net aan gaar (bijtgaar) koken van paste of groenten |
| Au bain-marie | Pan met heet water waar de pan met het gerecht in geplaatst wordt om dat te verwarmen, 80 a 90 graden |
| Beurre manié | Mengsel van gelijke hoeveelheid boter en bloem, voor binden van sauzen |
| Blancheren | Groenten in kokend water plaatsen om kort te koken, daarna onder koud water afspoelen (bv. tomaten ontvellen) |
| Blindbakken | Bakken van taart en deegvormen zonder inhoud om een stevige bodem te krijgen. evt. tijdens bakken de vorm vullen met droge bonen |
| Bouquet garni | Samengebonden bundel van kruiden voor bv. bouillon (vaak peterselie, tijm, laurier) |
| Braiseren | Gaar laten worden in eigen vocht of vet in een gesloten pan |
| Bruineren | Licht kleuren van groenten zoals ui om de smaakstoffen vrij te laten komen. |
| Brunoise | In kleine blokjes (5mm x 5mm) gesneden groenten (prei, selderij, ui etc) |
| Ciseleren | Hak en snij beweging (mes komt los van de plank) voor het maken van plakjes (champignon, komkommer) |
| Consommé | Heldere bouillon met garnituur |
| Decanteren | Vloeistoffen met bezinksel overgieten zodat bezinksel achter blijft |
| Etamine | Doek om sauzen door te zeven (kaasdoek) |
| Flamberen | Gerecht overgieten met een eetlepel aangestoken sterke drank |
| Fond | Ingekookte bouillon, basis voor sauzen |
| Gastrique | Mengsel van sjalotten, 1 deel azijn, 2 delen water en peper – ingekookt en gezeefd. |
| Geleren | Stevig worden door afkoeling (sauzen) |
| Glace | Sterk ingekookt fond |